Dierenartsenpraktijk voor grootste deel vrijgesproken

Twaalf dierenartsen van een Kempense groepspraktijk zijn voor een groot deel vrijgesproken voor inbreuken op het verstrekken en bewaren van diergeneesmiddelen.

Volgens het openbaar ministerie hadden de dierenartsen hun diergeneesmiddelendepot ondoorzichtig beheerd waardoor niet meer te traceren viel welk dier welke geneesmiddelen toegediend kreeg. Waar de dierenartsen toch in de fout zijn gegaan, kregen ze van de rechter geen straf omdat die vond dat het strafonderzoek te lang duurde.

De groepspraktijk in de Antwerpse Kempen heeft een 40-tal medewerkers in dienst, waaronder 25 dierenartsen. Na inspecties van het Federaal Geneesmiddelenagentschap (FAGG), tot in de stallen van 74 veehouders toe, dagvaardde het openbaar ministerie twaalf dierenartsen van de groepspraktijk. Volgens het OM maakten ze door doelbewust ondoorzichtig beheer van hun geneesmiddelendepot de traceerbaarheid van de gebruikte geneesmiddelen onmogelijk. “Ze handelden uit winstbejag en wilden in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk dieren onderzoeken”, klonk het.

De advocaten van de beklaagden stelden dat de dierenartsen van de praktijk jaarlijks zo’n 1.500 à 2.000 toedienings- en verschaffingsdocumenten voor diergeneesmiddelen uitschreven. “In totaal gaat het dus om 20.000 documenten. Bij minder dan één procent van het totale aantal is er mogelijk een probleem. Er was dus helemaal geen sprake van een systematiek en ze handelden ook niet uit winstbejag, want dan zouden veel meer documenten niet in orde zijn”, zo sprak de verdediging.

Nadat de twaalf aangeklaagde dierenartsen al een minnelijke schikking hadden afgewezen voor een bedrag dat samen opliep tot 276.000 euro, werden ze voor de rechter gebracht. Die oordeelde dat het doelbewust ondoorzichtig beheer van het geneesmiddelendepot uit winstbejag niet bewezen is. Wel werd de leidinggevende dierenarts schuldig geacht aan gesjoemel omdat hij via de groothandel diergeneesmiddelen met korting liet leveren aan de praktijk in plaats van via de apotheek. Wat volgens de wetgever niet mag.

Daarnaast werd ook geoordeeld dat niet-dierenartsen van het team zich schuldig maakten aan onwettige uitoefening van de diergeneeskunde tijdens bloedonderzoek bij kalveren om te zien of ze genoeg ijzer in hun bloed hadden. Dat gebeurde met een toestel dat de hoofddierenarts zelf had ontwikkeld. Zo hoefde men geen bloed meer te trekken, maar volstond een eenvoudige prik in het oor waarna de bloeddruppel door de machine wordt geanalyseerd. Kalveren met onvoldoende ijzer in hun bloed kregen van de medewerker een spuit met ijzer.

Volgens de rechtbank is de toediening van de spuit geen uitwendige ingreep, zoals het geven van voedingssupplementen, op basis van een diagnose en dat is uitoefening van de diergeneeskunde. “Die niet-veeartsen zijn daartoe dus niet bevoegd”, zo oordeelde de rechter. Een straf kregen de medewerkers van de groepspraktijk echter niet. Er volgde enkel een ‘eenvoudige schuldigverklaring’ omdat de duur van de strafvervolging de redelijke termijn overschreed.

Bron: Gazet van Antwerpen/eigen verslaggeving

BLOG COMMENTS POWERED BY DISQUS

Brievenbus

Zoekertjes