Veepeiler onderzoekt een uitbraak van Mycoplasma bovis op een melkveebedrijf

DGZ Persbericht:

Drongen, 20 maart 2015

Auteurs:

  • Hans Van Loo (Veepeiler, DGZ)
  • Linde Gille (Inwendige Ziekten van de Grote Huisdieren, Faculteit Diergeneeskunde, UGent)

Veepeiler onderzoekt een uitbraak van Mycoplasma bovis op een melkveebedrijf


Half januari 2015 wordt Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) opgebeld door een dierenarts voor een bedrijfsbezoek in het kader van Veepeiler. Op één van zijn betere melkveebedrijven hebben verschillende koeien sinds kort last van een heldere tot etterige neusvloei, hier en daar zelfs met een duidelijke bloedbijmenging. Enkele koeien vertonen ook hoest, al dan niet gepaard met verhoogde tranenvloei. Bij meerdere van deze dieren is er een verhoogde lichaamstemperatuur gemeten en is de melkproductie duidelijk gedaald.

Tijdens het bedrijfsbezoek meldt de veehouder dat er de laatste tijd ook meer mastitisgevallen zijn dan anders. Vaak zijn deze uieronstekingen moeilijk te genezen en soms heeft dezelfde koe op verschillende kwartieren tegelijk een ontsteking. Bij de bedrijfsrondgang zijn er ook in de jongveestal verschillende kalveren met hoest en een etterige neusvloei. Deze kalveren werden recent behandeld met een langwerkend antibioticum.

Laboresultaten wijzen unaniem op M. bovis
Om tot een diagnose te komen wordt bij enkele koeien een longspoeling gedaan. Verder neemt de bedrijfsdierenarts enkele bloedmonsters genomen bij de hoestende kalfjes en vraagt de Veepeilerdierenarts bij MCC een PCR op tankmelk (Pathoproof) aan om de belangrijkste uierpathogenen op te sporen. Daarnaast wordt een koe met erge ademhalingsproblemen en mastitis geëuthanaseerd en aangeboden voor autopsie bij DGZ. Van twee koeien met mastitis wordt een melkstaal ingestuurd voor bacteriologisch onderzoek.

De door MCC uitgevoerde analyses op de melkstalen tonen aan dat de twee mastitiskoeien met Mycoplasma bovis (M. bovis) besmet zijn. Daarnaast is de PCR op de tankmelk eveneens positief voor M. bovis. Ook in de longspoelsels wordt M. bovis aangetoond, net als in de longen en de uierlymfeknopen van het onderzochte kadaver. De bloedmonsters van de kalveren geven aan dat ze antistoffen hebben tegen pinkengriep, maar daarnaast zijn zij ook seropositief voor M. bovis.
Om in beeld te brengen of er nog meer koeien drager zijn van M. bovis in de uier vindt er – via PCR op melkstalen (6 pools van telkens 10 dieren) – een volledige screening plaats van de melkgevende dieren. Na individuele heranalyse van de positieve pools, blijken nog drie extra koeien positief.

Ziekte met diverse gevolgen
Mycoplasmen zijn zeer kleine bacteriën zonder celwand. Er zijn verschillende soorten bekend. Bij het rund is Mycoplasma bovis de meest pathogene soort. Infecties kunnen bij runderen zowel een acuut als een slepend verloop kennen. Op sommige bedrijven zijn enkel de kalveren aangetast, terwijl er op andere bedrijven eveneens problemen zijn bij de volwassen dieren.

De mogelijke gevolgen van een M. bovis infectie zijn dan ook divers. Bij kalveren meldt men vooral gewrichtsontstekingen, middenoorontstekingen (figuur 1) en (vaak chronische) luchtwegproblemen (figuur 2). Bij volwassen koeien zijn gewrichtsontstekingen en luchtwegproblemen ook mogelijk, maar vaak is mastitis (figuur 3) de hoofdklacht. Bij M. bovis uierontstekingen zijn vaak meerdere kwartieren aangetast. Het celgetal kan gestegen zijn, terwijl de melkproductie vaak gedaald is. De melk van klinisch aangetaste dieren vertoont dikwijls een zanderig bezinksel, maar kan ook bruin gekleurd of rijstpapachtig zijn. Abcesvorming en ontsteking van peesschedes zijn nog andere mogelijke symptomen die kunnen wijzen op een M. bovis infectie. Afhankelijk van het stadium en de ernst van de infectie, kunnen aangetaste dieren al dan niet systemisch ziek zijn (koorts, gedaalde eetlust).

Diagnose
Mycoplasmen kunnen gekweekt worden op speciaal daarvoor bedoelde kweekplaten. Echter, sommige (vooral chronisch) besmette dieren scheiden de kiem intermitterend uit waardoor het niet steeds mogelijk is om deze terug te vinden. Daarom wordt vaak het meer gevoelige en snellere PCR-onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is mogelijk op individuele stalen, maar ook op pools of tankmelk.

Melk van klinische mastitiden of koeien met een hoog celgetal, tankmelk, neusswabs, longspoelsels en gewrichtsvocht zijn de belangrijkste staaltypes om een infectie (afhankelijk van de symptomen) op te sporen. Indien men via tankmelk wil nagaan of een bedrijf al dan niet besmet is, kan men de staalname best drie à vier keer herhalen met een week tussentijd. Deze herhaling is noodzakelijk omdat de gevoeligheid van een eenmalig tankmelkonderzoek laag is doordat de kiemuitscheiding intermitterend gebeurt (rond de 33%, met bijgevolg een grote kans op een vals-negatief resultaat). Monitoring na deze eerste analyses blijft echter wel aangewezen om zo eventueel gemiste intermitterende uitscheiders later toch nog op te pikken.

Hoe kan je M. bovis aanpakken bij volwassen koeien?
Aangezien mycoplasmen zeer besmettelijk zijn, is het in de acute fase van een infectie bij de volwassen koeien noodzakelijk om de zieke van de gezonde dieren te scheiden, en zo overdracht van de besmetting (via melk, neusvloei, urine, vaginale uitvloei) te voorkomen. Zieke dieren dient men als laatste te melken. Na het melken van een koe met klinische uieronsteking waarvan nog geen bacteriologisch onderzoek gedaan werd, moet het melkstel doorgespoeld worden met heet water (minimaal 75°C). Nog beter is het om deze dieren – maar ook de koeien met een hoog celgetal – als laatste te melken. In de melkput is een strikte hygiëne nog meer dan anders van groot belang. Melken met handschoenen, gebruik van een papieren reinigingsdoek per koe en dippen van de spenen na het melken zijn dan ook noodzakelijk.

Dieren waarbij via bacteriologisch melkonderzoek M. bovis wordt teruggevonden, moeten worden afgevoerd. Er is immers geen enkele goede behandeling waarbij de uier met zekerheid vrij geraakt van M. bovis. Ook al lijken koeien genezen en is de melk weer normaal van uitzicht, toch blijven besmette dieren vaak drager en zullen ze de kiem (intermitterend) uitscheiden waardoor ze andere dieren kunnen besmetten.

Aanpak bij de kalveren
Bij de kalveren wordt tijdens de acute fase van een uitbraak vaak een block-behandeling met antibiotica toegepast. Aangezien veel antibiotica werkzaam zijn ter hoogte van de celwand van een bacterie en mycoplasmen geen celwand hebben, dient de veehouder in samenspraak met de bedrijfsdierenarts een gepast antibioticum te kiezen. Ook de duur van de behandeling (minimum 7 dagen) is van belang. Om te voorkomen dat kalveren chronische letsels ontwikkelen en later zelf Mycoplasma mastitis ontwikkelen, is snel ingrijpen noodzakelijk.

De belangrijkste symptomen waarop men moet letten zijn koorts, hoest, neusvloei, een scheef gedragen kop ten gevolge van een middenoorontsteking en dikke pijnlijke gewrichten. Cruciaal in de aanpak bij de kalveren zijn een goede immuniteit (via voldoende kwaliteitsvolle biestvoorziening), individuele huisvesting (zo lang als wettelijk toegelaten) waarbij onderlinge contacten niet mogelijk zijn (noch via neus, noch via voeder- en melkrecipiënten) en het gebruik van melkpoeder of gepasteuriseerde melk. Indien men er toch voor kiest verder te werken met biest of melk van het eigen bedrijf, is pasteurisatie (afdoden van bacteriën door de melk te verhitten gedurende 60 minuten aan 60°C) absoluut noodzakelijk. Uit onderzoek blijkt rauwe melk immers een belangrijke infectiebron voor kalveren te zijn.

Bij latere groepshuisvesting dienen zieke kalveren – zeker de chronische gevallen – geïsoleerd van de andere dieren te worden ondergebracht om onderlinge besmettingen te voorkomen. Afmest is de beste optie voor chronische patiënten.

Hoe kan je het risico op Mycoplasma beperken?
De belangrijkste weg van introductie van M. bovis op een rundveebedrijf is de aankoop van (chronisch) besmette dieren. Dragerdieren die geen symptomen vertonen, kunnen onder bepaalde (stress)omstandigheden (zoals na transport en introductie in een nieuwe kudde) de kiem opnieuw uitscheiden en zo een uitbraak veroorzaken. Het bedrijf van de beschreven Mycoplasma-uitbraak had enkele maanden voor de start van de problemen een aantal buitenlandse vaarzen aangekocht. Of deze vaarzen ook effectief de bron van infectie waren, is niet vastgesteld. Uit Amerikaans onderzoek blijkt bovendien de kans op een Mycoplasma-besmetting toe te nemen met een stijgende bedrijfsgrootte. Door de huidige veranderingen in de Europese melkveehouderij (melkquotum dat wegvalt met daardoor snel uitbreidende bedrijven) is de kans reëel dat er ook in Vlaanderen regelmatig nieuwe uitbraken zullen optreden. Aankooponderzoek voor Mycoplasma en quarantaine zijn dan ook de aangewezen preventiemaatregelen om insleep te vermijden.

Daling van de weerstand is ook een belangrijke risicofactor, omdat dragers dan de kiem kunnen uitscheiden met een plotse uitbraak tot gevolg. Algemene stress, andere infecties, voedingsfouten en een slechte stalventilatie kunnen eveneens de weg vrij maken voor klinische problemen.

Zoals hierboven aangehaald, kan M. bovis ten slotte via de melk ook jonge kalveren besmetten. Het is het dus niet ondenkbaar dat de ziekte binnenkomt via het gebruik van biest van andere bedrijven. Wanneer u toch bedrijfsvreemde biest wenst te gebruiken, is commerciële of gepasteuriseerde biest een goede keuze.

Besluit
Mycoplasma bovis kan zowel bij melkvee als vleesvee problemen veroorzaken. Niet alleen kalveren maar ook volwassen dieren zijn vatbaar voor de aandoening. Meteen ingrijpen en de chronische uitscheiders zo snel mogelijk afvoeren zijn twee zaken die absoluut van belang zijn om een uitbraak zo snel mogelijk een halt toe te roepen. Individuele huisvesting en pasteurisatie van de (biest)melk en/of gebruik van kunstmelk zijn dan weer factoren die de besmetting van jonge kalveren kunnen voorkomen.

Figuur 1

0704 fig 01

Eén van de mogelijke gevolgen bij kalveren met een M. bovis infectie is een ontsteking van het middenoor. Een typisch symptoom hiervan is dat deze kalveren de kop scheef dragen.

Figuur 2

0704 fig 02

Een chronische longontsteking veroorzaakt door M. bovis wordt gekenmerkt door kleine kaasachtige abcesjes in de longen.

Figuur 3

0704 fig 03

M. bovis mastitis kan een zeer ernstige aantasting van het uierweefsel geven. Meerdere kwartieren kunnen tegelijkertijd aangetast zijn met vaak een abnormaal uitzicht van de melk.

Maatschappelijke zetel
Administratie

Deinse Horsweg 1
9031 Drongen
www.dgz.be
BTW BE 0409.450.856
KBC 734-3540380-83

Identificatie & Registratie
Deinse Horsweg 1
9031 Drongen

Laboratorium West
Industrielaan 29
8820 Torhout

Laboratorium Oost
Gezondheidsadministratie
Hagenbroeksesteenweg 167
2500 Lier

BLOG COMMENTS POWERED BY DISQUS

Nieuwsbrieven