BVD en bioveiligheid: nog volop ruimte voor verbetering op onze rundveebedrijven

DGZ Persbericht:

Drongen, 2 maart 2015

Auteur: Koen De Bleecker, dierenarts Gezondheidszorg Herkauwers, DGZ

BVD en bioveiligheid: nog volop ruimte voor verbetering op onze rundveebedrijven


Het BVD-programma komt stilaan op kruissnelheid. Het opsporen van IPI-kalveren bij de geboorte en het verhinderen dat deze nog in de handel terechtkomen, is een belangrijke stap om verspreiding van BVD tussen bedrijven onderling te beperken. Naast het aankopen van IPI-dieren, zijn er nog tal van andere risicofactoren voor de insleep van BVD. Bedrijven kunnen het risico op insleep beperken via bioveiligheidsmaatregelen. Echter, onderzoek toont aan dat er op dit terrein nog flink wat ruimte is voor verbetering op onze Vlaamse rundveebedrijven.

Wat is bioveiligheid?
Als we spreken over bioveiligheid in het kader van BVD moeten we de focus vooral leggen op externe bioveiligheid of het voorkomen van insleep van BVD van buitenaf. Uiteraard is ook interne bioveiligheid (versleep van het virus op het bedrijf zelf) van belang, zeker wanneer het BVD-virus om de een of andere reden toch op het bedrijf is binnengetreden.

Directe insleep van het BVD-virus
De belangrijkste oorzaak van directe insleep van BVD is het aankopen van IPI-dieren. Gezien er in deze fase van het bestrijdingsprogramma nog veel dieren zijn met het BVD-onbekende statuut (dieren geboren vóór 1 januari 2015), kunnen er nog IPI-runderen in de handel circuleren. Check daarom altijd het BVD-statuut van de dieren die u wenst aan te kopen en koop geen dieren met het statuut ‘BVD-onbekend’. Indien u toch dergelijke dieren aankoopt, houd de dieren dan voldoende lang in quarantaine en laat hen onderzoeken binnen het aankoopprotocol. Naast deze vorm van directe insleep kunnen ook weidecontacten met dieren van een ander beslag een risico vormen op insleep van het virus. Zorg daarom voor voldoende afrastering én afstand met buurtweiden (minimaal 3 meter) en plaats nooit drachtige dieren op weiden waar veel contact mogelijk is met dieren in de buurtweide.

Indirecte insleep
Het BVD-virus kan indirect het bedrijf worden binnengebracht via zogenaamde ‘erfbetreders’. Dit zijn mensen die professioneel het bedrijf bezoeken (dierenarts, inseminator, veehandelaar, voedingsleverancier, andere veehouders, enz.) en die het BVD-virus ongewild via kledij, schoeisel of materiaal meebrengen. Het is belangrijk dat deze erfbetreders zich bij aankomst aanmelden zodat de veehouder hen kan voorzien van bedrijfseigen laarzen en kledij. Zonder bedrijfseigen laarzen en overall zou geen enkele ‘erfbetreder’ immers de stallen mogen betreden of in contact mogen komen met de dieren. Naast indirecte insleep via erfbetreders kunnen ook ongedierte of voertuigen het virus binnenbrengen. Ieder bedrijf dient daarom voldoende aandacht te besteden aan ongediertebestrijding en een gescheiden toegang te voorzien voor ‘bevuilde of besmette’ voertuigen.

Versleep voorkomen (interne bioveiligheid)
Men weet nooit precies wanneer en hoe BVD kan binnensluipen op het bedrijf. En eens het virus aanwezig is, kan het zich snel verspreiden over het ganse bedrijf. Vandaar dat er te allen tijde ook aandacht moet zijn voor interne bioveiligheid. Quarantaine respecteren is daar één maatregel van, naast aandacht voor hygiëne op alle niveaus, en in het bijzonder rond het afkalven. Zorg bijvoorbeeld voor een aparte en propere afkalfstal die niet als ziekenboeg dienst doet.

Bioveiligheid op onze Vlaamse rundveebedrijven: nog flink wat werk aan de winkel
In zijn recente doctoraatsthesis heeft Dr. Steven Sarrazin via een enquête enkele interessante cijfers verzameld over het al dan niet toepassen van bioveiligheidsmaatregelen op onze Vlaamse rundveebedrijven. Daaruit blijkt dat er nog volop ruimte is voor verbetering. Bedrijfseigen laarzen worden op slechts 20% van de bedrijven gebruikt, terwijl nauwelijks 14% gebruik maakt van bedrijfseigen overalls. Minder dan een kwart van de bedrijven beschikt over een quarantainestal. Bovendien respecteert slecht 12% de geadviseerde quarantaineperiode. Bedrijven die de bioveiligheidsmaatregelen niet strikt toepassen, lopen een verhoogd risico op besmetting. Hoog tijd dus om hier aandacht voor te hebben!

Hebt u vragen over het BVD-programma en bioveiligheid? Surf dan naar het BVD-programma en de lijst van veel gestelde vragen op de website van DGZ. Of neem contact op met de helpdesk van DGZ op tel. 078 05 05 23 of e-mail Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.

Tabel: Toepassing van bioveiligheidsmaatregelen op Vlaamse rundveebedrijven (naar Dr. Steven Sarrazin, 2015)


Maatschappelijke zetel
Administratie

Deinse Horsweg 1
9031 Drongen
www.dgz.be
BTW BE 0409.450.856
KBC 734-3540380-83

Identificatie & Registratie
Deinse Horsweg 1
9031 Drongen

Laboratorium West
Industrielaan 29
8820 Torhout

Laboratorium Oost
Gezondheidsadministratie
Hagenbroeksesteenweg 167
2500 Lier

BLOG COMMENTS POWERED BY DISQUS

Nieuwsbrieven