Het aankoopprotocol blijft een uiterst belangrijke tool voor de rundveehouder
Categorie: DGZ

Het aankoopprotocol blijft een uiterst belangrijke tool voor de rundveehouder

DGZ Persbericht:

Drongen, 4 maart 2015

Auteur: Koen De Bleecker, dierenarts Gezondheidszorg Herkauwers, DGZ

Het aankoopprotocol blijft een uiterst belangrijke tool voor de rundveehouder


Overzicht van de resultaten in 2014

Het aankoopprotocol, dat mede gefinancierd wordt door het Sanitair Fonds, loopt ondertussen 4 jaar. De eerste 3 jaar was er één standaardprotocol van toepassing voor alle dieren. Begin 2014 werd het aankoopprotocol hervormd en vervolgens aangeboden in vier verschillende keuzepakketten die elk geschikt zijn voor een bepaalde groep dieren – op basis van leeftijd en geslacht (zie kadertekst).

Globaal konden we in 2014 voor de vier pakketten samen opnieuw een stijging noteren ten opzichte van 2013. Uit de resultaten blijkt dat het aankoopprotocol duidelijk zijn nut bewezen heeft de afgelopen 4 jaar en dat het programma een uiterst nuttig instrument vormt voor rundveebedrijven om de insleep van dierziekten via aankopen te vermijden.

Figuur 1: Evolutie gebruik aankoopprotocol sedert 2011

5 3 15 figuur 1

Wat viel op in 2014?

In 2014 zijn er bij DGZ alles samen ongeveer 33.455 aankoopprotocollen uitgevoerd op een totaliteit van 213.845 binnenlands verhandelde runderen op 9.236 bedrijven. Dit komt neer op 15,6% van alle aangekochte runderen. In 2013 bedroeg dit percentage 14,4%, terwijl dit in 2012 slechts 12% was en in 2011 nog geen 10%. Dit betekent dat het aandeel onderzochte dieren jaar na jaar stijgt, maar dat er anderzijds nog ruimte is voor groei.

Figuur 2: Aantal verhandelde runderen in Vlaanderen tegenover het aantal uitgevoerde aankoopprotocols – overzicht per maand 2014

5 3 15 figuur 2

Positieve trend voor IBR zet zich verder

Deelname aan het aankoopprotocol is weliswaar vrijwillig, maar de resultaten geven aan dat het een uiterst nuttig instrument vormt voor de veehouder om ziekte-insleep op het bedrijf te voorkomen. Zo helpt het aankoopprotocol de veehouder om een hoog IBR-statuut te vrijwaren bij de aankoop van dieren.

Tabel 1: Algemene trend resultaten aankoopprotocol binnenlandse aankopen

  2011 2012 2013 2014
positief getest voor BVD antigeen (Ag) 1,0% 1,0% 0,8% 1,0%
positief getest voor IBR gE antistoffen (Asn) 13,0% 8,4% 6,0% 4,0%
positief getest voor paratbc Asn 1,0% 0,7% 0,8% 1,1%
positief getest voor neospora Asn 11,4% 9,2% 10,2% 8,3%

Figuur 3: Trend resultaten aankoopprotocol bij binnenlandse aankopen voor de verschillende testen

5 3 15 figuur 3

Uit de globale resultaten van de in 2014 uitgevoerde protocollen bleek dat ongeveer 4% van de aangekochte runderen positief is voor IBR gE-antistof, d.w.z. drager van het IBR-wildvirus. Dit bevestigt de duidelijk dalende trend die de afgelopen jaren is ingezet. Men kan daaruit besluiten dat er almaar minder gE-positieve dieren in de handel komen, wat een opsteker is voor de IBR-bestrijding in zijn geheel.

Neospora, paratbc en BVD blijven aandacht vragen

Voor neospora, de belangrijkste oorzaak van besmettelijke verwerpingen, scoorde ongeveer 8,3% van de onderzochte dieren positief op antistoffen, terwijl 1,1% positief was voor paratuberculose. Voor neospora is er een lichte vooruitgang te bespeuren, maar het is te vroeg om hieruit conclusies te trekken. Het voorkomen van paratuberculose bij dieren in aankooponderzoek blijkt echter niet te dalen, wel integendeel. Zowel neospora als paratuberculose zullen de komende jaren verder aandacht vergen in de aankoopstrategie en bioveiligheid op onze bedrijven.

Omstreeks 1% van de onderzochte dieren in aankoop was drager van het BVD-virus. Als we dit cijfer vergelijken met de resultaten van de afgelopen jaren, is er nagenoeg een status quo. Dit toont eens te meer dat BVD-bestrijding één van de hoofdprioriteiten moet zijn op onze rundveebedrijven en illustreert dat een gestructureerde aanpak van BVD via een verplicht programma een absolute must is.

Voor de ziekten BVD, neospora en paratbc kan de veehouder wettelijke koopvernietiging inroepen. Voor IBR maakt men best vóór de aankoop sluitende afspraken, gezien positieve dieren niet zijn toegelaten op IBR-vrije bedrijven (status I3 en I4). Op deze bedrijven is aankooponderzoek voor IBR immers verplicht. Daarnaast is dit zeker ook aan te raden voor vaccinerende bedrijven (I2), aangezien de aankoop van IBR-dragers mogelijk kan leiden tot virusverspreiding, zelfs in het geval van vaccinatie.

Opmerkelijke verschillen naargelang de leeftijdscategorie

Figuur 4: IBR gE-positieve dieren per leeftijdscategorie (alle pakketten)

5 3 15 figuur 4

De resultaten over de verschillende pakketten heen wat betreft IBR gE-positieve dieren per leeftijdscategorie stemmen overeen met de verwachtingen: hoe ouder het dier, hoe meer kans het had om in contact te komen met wild IBR-virus en hoe groter de kans om gE-positief te zijn. Er moet wel gelet worden op de aanwezigheid van maternale antistoffen in de categorie kalveren jonger dan 3 maanden, wat zich hier ook in het relatief hoge aantal IBR gE-positeve kalveren vertaalt.

Ten opzichte van 2011, 2012 en 2013 zien we een duidelijke daling van het percentage IBR gE-positieve dieren die verhandeld worden in de categorie jongvee van 6 tot 12 maanden en in de categorie 1 tot 2 jaar. Dit heeft te maken met het feit dat de jongere dieren niet meer besmet geraken door hetzij goede vaccinatie van het jongvee en hyperimmunisatie van oudere, eventueel besmette dieren. In de categorie dieren ouder dan 5 jaar zijn er evenwel nog veel gE-positieve dieren. Hoe dan ook zijn dit zeker bemoedigende cijfers voor het lopende IBR-bestrijdingsprogramma!

Figuur 5: Dieren positief voor BVD-antigeen per leeftijdscategorie (alle pakketten)

5 3 15 figuur 5

De kans op het aantreffen van een BVD-drager bij aankoop lijkt duidelijk af te nemen in functie van de leeftijd. Bij de categorie dieren jonger dan 3 maanden is de kans op BVD-dragers duidelijk het hoogst. Dit is een logisch gevolg van het feit dat BVD-dragers in ongeveer 90% van de gevallen niet ouder worden dan 2 jaar. Dit is echter geen algemene regel: ook in de categorie dieren ouder dan 3 jaar worden nog BVD-positieve dieren aangetroffen.

Figuur 6: Voorkomen paratbc-antistoffen per leeftijdscategorie (alle pakketten)

5 3 15 figuur 6

Wat paratbc betreft, is de tendens ook duidelijk en in lijn met de verwachtingen: hoe ouder het aangekochte dier, hoe groter de kans dat het positief tekent voor paratbc. Vanaf de leeftijd van 12 maanden stijgt de kans op detectie en deze kans verhoogt met de leeftijd. Ook dit is een gevolg van het karakter van de aandoening: paratbc is een traag, slepend probleem dat pas op late leeftijd detecteerbaar is.

Figuur 7: Voorkomen neospora-antistoffen per leeftijdscategorie (alle pakketten)

5 3 15 figuur 7

Wat neospora betreft, zien we geen echt grote leeftijdsverschillen. Toch moet er gelet worden op de eventuele aanwezigheid van maternale antistoffen bij dieren jonger dan 1 jaar, zeker in de groep dieren tussen 0 en 3 maanden. In de regel zijn antistoffen voor neospora verkregen via de biest op een leeftijd van 6 maanden verdwenen.

kadertekst

Het aankoopprotocol concreet

In het kader van bioveiligheidsmanagement en aankoopbeleid op rundveebedrijven vormt het aankoopprotocol, dat mede gefinancierd wordt door het Sanitair Fonds, een onmiskenbare tool. Het protocol wordt sinds 2014 aangeboden in vier verschillende pakketten. Naargelang de leeftijd en het geslacht van het aangekochte dier kunnen de veehouders en hun dierenartsen het meest gunstige pakket kiezen.

Concreet zijn de pakketten samengesteld als volgt:

  • Het Full aankoopprotocol:
    > Omvat 4 testen (= het voormalige aankoopprtocotol): IBR gE- of gB-antistoffen (asn), BVD antigen (ag) ELISA, neospora asn ELISA en paratbc asn ELISA
    > Geschikt voornamelijk voor vrouwelijke dieren vanaf 2 jaar
  • Het Basis aankoopprotocol:
    > Omvat 2 testen: IBR gE of gB asn en BVD ag ELISA
    > Geschikt vooral voor mannelijke dieren jonger dan 2 jaar
    > Cofinanciering Sanitair Fonds: 5 euro 
  • Het Basis plus Neospora aankoopprotocol:
    > Omvat 3 testen: de 2 testen van het Basis aankoopprotocol + neospora asn ELISA
    > Geschikt voor vrouwelijke dieren jonger dan 2 jaar
  • Het Basis plus Paratbc ELISA aankoopprotocol:
    > Omvat 3 testen: de 2 testen van het Basis aankoopprotocol + paratbc asn ELISA
    > Geschikt voor mannelijke dieren vanaf 2 jaar

Maatschappelijke zetel
Administratie

Deinse Horsweg 1
9031 Drongen
www.dgz.be
BTW BE 0409.450.856
KBC 734-3540380-83

Identificatie & Registratie
Deinse Horsweg 1
9031 Drongen

Laboratorium West
Industrielaan 29
8820 Torhout

Laboratorium Oost
Gezondheidsadministratie
Hagenbroeksesteenweg 167
2500 Lier